Hoe het allemaal begon

Zo’n 14 jaar geleden ben ik vanuit Nederland (een plek zonder eigen tuin) verhuisd naar deze plek, een huis met tuin in de buurt van Gent. We wonen hier op de boerenbuiten waar we aan de voorkant uitkijken op een weiland met koeien en aan de achterkant grenst onze tuin aan een weids grasland. Aan de zijkant ligt een stuk grond waar in het zomerseizoen mais op wordt verbouwd en iets verder naar achter hebben we uitzicht op een weiland met paarden.

Eigenlijk zag de tuin hier toen al heel mooi uit. Er was jaren niets aan gedaan, dus de wilde vegetatie stond tot aan je middel. Dat ruige natuurlijke effect wilde ik ergens behouden. Het idee is toen ontstaan om een kruidenvegetatie aan te leggen. Ik zag dit voor het eerst in de tuin van het Nederlandse paviljoen op de Expo in Hannover in 2000. De tuin rondom het paviljoen daar was ingezaaid met een zadenmengsel van grassen, kruidachtigen en bloemen en dat gaf een heel mooi natuurlijk effect.

Met dat idee ben ik aan de slag gegaan. Er stonden nog niet veel struiken en bomen in de tuin, maar het meeste dat er stond is behouden. Zo was er de berk achterin de tuin, helaas een keer door de bliksem getroffen, waardoor hij tot op ± 4,5 m hoogte volledig was gespleten. Deze is toen op die hoogte afgezaagd, in de hoop dat ie weer zou uitschieten, wat ook is gebeurd. In het midden van de tuin stond een oude kriekenboom (Prunus cerasus), een laagstam van ± 3,5 m hoog en zo’n 5 m breed. Deze is ook blijven staan. Ook al was hij verwilderd en jaren niet gesnoeid, toch had hij een hele mooie spreidende vorm. In het voorjaar bloeit hij met witte bloesem nog voordat het blad verschijnt en in de zomer verschijnen natuurlijk de krieken.

Verder stond er op de erfgrens een enorme blauwpaars bloeiende Sering (vermoedelijk Syringa vulgaris) van zo’n 4 m hoog en idem dito breed. Ook op de erfgrens stond al gedeeltelijk een klassieke haag (Ligustrum vulgare) van wel 1 m dikte. Beiden hebben we behouden, de liguster haag is zelfs middels eigen stekken van snoeiafval opgekweekt en over heel de erfgrens aan die zijde doorgetrokken tot achteraan. Op het laatste stuk houden we hem laag zodat we van het mooie uitzicht kunnen genieten. Er waren nog enkele andere struiken achterin de tuin die zijn weggehaald. Wat het was weet ik niet, omdat ik toen nog niet zo bekend was met de plantenwereld. Eén ervan is in ieder geval terug uitgeschoten en dat is een Sering, die we nu ook hebben laten staan. De enige andere jonge boom die we nog hebben weggehaald is een Lijsterbes (Sorbus). Die stond op een plek waar de toekomstige oprit zou komen en eerlijk gezegd is dat ook een boom waar ik niet zelf voor zou kiezen.

Vervolgens hebben we alles wat zich er in de loop van de tijd had gezaaid met een bosmaaier afgemaaid. Nu is het zo dat de kruidenvegetatie die we voor ogen hadden, gedijt op een voedselarme grond en de grond hier was juist voedselrijk. In het midden van de tuin, grenzend aan de kriekenboom, hebben we toen een grote put gegraven, zo’n 60 tot 80 cm diep en ongeveer 10 x 10 m groot. Daarin hebben we voedselarme zandgrond gestort, waarna we dat hebben ingezaaid. Rond de kriekenboom hebben we een ruime boomspiegel, met de oorspronkelijke vegetatie, laten staan. Er was ons van tevoren gezegd dat je veel geduld moet hebben met het opkweken van een kruidenvegetatie. De truc van een duurzame kruidenvegetatie aan te leggen is, dat de grond zodanig arm is, dat ongewenste zaden geen of weinig kans krijgen om zich te ontwikkelen, zodat de vegetatie die je inzaait zich over langere periode wel kan ontwikkelen. Het zou dus enkele jaren in beslag kunnen nemen voordat de beplanting zich sluit en een natuurlijke mix ontstaat. Zo gezegd zo gedaan, … geduld hebben dus.

In de tussentijd is ook de voortuin aangepakt. De voortuin is eigenlijk de enige plek die een vrij geometrische opzet heeft gekregen. Hier wordt de tuin aan 2 zijden omsloten door de ligusterhaag. Verder zijn hier simpelweg 3 rijen lavendel aangeplant (Lavendula angustifolia ‘Munstead’).

Na enkele jaren geduld levert dat dit resultaat op. Het jonge boompje in de achtergrond is een Acer griseum en is later aangeplant, in het najaar van 2008. Houtsnipper is overal gebruikt als bodembedekker.

Terug naar de achtertuin. Helemaal achterin waar de berk staat en nog een oude sering is uitgelopen is stukje bij beetje een border ontstaan rond een zelfgemaakte betonnen bank. Eigenlijk heb ik gaandeweg steeds allerlei planten en struiken die ik verzamelde daar neergezet. Door de jaren heen is er al heel wat van plaats veranderd en verder is het vooral veel geduld hebben, tot alles enig volume begint te krijgen en de beplanting zich sluit. Het gebied tussen dit achterste tuindeel en het kruidenveld is bedekt met kiezel, waarin allerlei eilanden van planten en lagere bodembedekkers zijn gezet.

Zo zijn er eilanden van kruiptijm (vermoedelijk Thymus serpyllum), Sagina subulata, Cotula hispida en Scleranthus uniflorus, met hier en daar een accentplant, zoals Dierama pulcherrima, Geranium, lampenpoetsersgras (Pennisetum alopecuroides) en wildemanskruid (Pulsatilla vulgaris). Ook heeft er zich al van alles gezaaid tussen de kiezel, zoals viooltjes, het vlasleeuwebekje (Linaria maroccana), blauw vlas (Linum), Gilia capitata en het hoge vingerhoedskruid (Digitalis purpurea).

 

Intussen bij het kruidenveld leverde het geduld helaas niet zoveel op. Ik weet niet waar het aan gelegen heeft, waarschijnlijk een mix van allerlei factoren, maar het gewenste resultaat bleef uit. Na zo’n 4 jaar zag dat deel van de tuin er nog steeds uit als een woestijn. Als je op je hurken zat had je af en toe wel een beetje het effect van een bloemenweide. Het blauwe vlas (Linum) en de hoge sierlijke stengels van Agrostemma waren enkelen die zich langzaam begonnen te vestigen. In het voorjaar zag je af en toe een klaproos van zo’n 10 cm hoogte, maar het grootste deel van het jaar was het een trieste bedoening. Toen heb ik besloten om het roer om te gooien.

Alle onvruchtbare grond moest er terug uit en weer goede grond met veel compost erin. Intussen hadden we wel al een nieuw boom daar aangeplant, een Sophora japonica, er stonden al enkele grote struiken rozemarijn (Rosmarinus officinalis) en we hadden van overgebleven bakstenen wat lage plantenbakken gestapeld speciaal voor kruiden. Dus het was flink manouvreren met een bobcatje om alle grond weer eruit te krijgen. Dit was een vrij rigoreus karwei, waarna de tuin er als een slagveld uitzag.

 

Nadat de nieuwe grond erin zat hebben we door het veld heen enkele looppaden getrokken in kiezel, die door de jaren heen al eigenlijk zo ontstaan waren in het gebruik. Alle overgebleven ruimtes zijn omgedoopt tot border. Ook hier wordt stukje bij beetje de plek terug ingenomen door planten: met name veel siergrassen, kruiden en vaste planten. En eigenlijk als ik de foto’s van het begin terugzie, het idee met de mix van planten in de vorm van een kruidenvegetatie, dan moet ik zeggen dat het nog aardig dicht bij het oorspronkelijke idee is gebleven.

1 Response to “Hoe het allemaal begon”


  • M’n complimenten! Echt goed gedaan, zo’n organisch gegroeide tuin, vooral de natuurlijk onstane paadjes die je dan hebt verhard geeft blijk van je inzicht in het betere tuinieren…vakwerk.

Leave a Reply