Akelei maakt blij

Lang heb ik niet hoeven wachten op de akeleien. Ze zijn er in paars, roze en wit, enkel- en dubbelbloemig, in groepen en solitair, maar vooral…in groten getale. En dat maakt me blij. De akelei (Aquilegia vulgaris) is echt zo’n plant die niet mag ontbreken in een natuurlijke tuin. De foto hierboven toont meteen alle mooie eigenschappen van de plant: de knikkende bloemknopjes worden aan lange donkere stengels hoog boven het blad gedragen. Dat blad vormt een mooi blauwgroene toef laag bij de grond en werkt daarmee een beetje als bodembedekker. In knop lijken de bloemen net op kleine belletjes met de opvallende kenmerkende sporen als een kroontje er bovenop. Als de bloemen opengaan wordt het helemaal een schilderachtig geheel.

Jaren geleden ben ik begonnen met één Akeleiplantje ( de typisch paarse Aquilegia vulgaris). Later bestelde ik bij Zaaiclub Walcheren zaad van Aquilegia clematiflora, een variëteit zonder sporen, en Aquilegia longissima, met extra lange sporen. En daarna is alles vanzelf gegaan.

 Dat maakt meteen het benoemen van de akeleien erg lastig, ze kruisen namelijk vrij gemakkelijk, waardoor je allerlei mixvormen krijgt. Maar dat maakt het gelijk des te leuker. Hieronder rechts is nog wel de spoorloze Aquilegia clematiflora te herkennen, de longissima heb ik echter nog niet teruggezien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er staan zeker nog een paar andere akeleien op m’n verlanglijstje, waaronder de ‘Black Barlow’, met zijn fantastische donkerblauwe bijna zwarte bloemen. Mijn fantasie slaat op hol als ik bedenk wat daar allemaal voor mooie mixvormen uit zouden kunnen komen. Tot die tijd geniet ik nog even van deze paarse bloemenzee.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.