140 kruiwagens

Terwijl buiten de harde wind maar door blijft razen, is het tijd om het eens te hebben over wat er vorige zomer zoal in de tuin is gebeurd. We hebben namelijk niet stil gezeten. Ons kiezelveldje achteraan is op de schop gegaan. Ooit was dit gedeelte achteraan in de tuin bedacht als een vlak halfverharding: een veld met kiezel met daarin een aantal amorfe eilanden van planten bestaande uit lage bodembedekkers, zoals kruiptijm, vetmuur en vedermos en hier en daar wat hogere accentplanten. Lampenpoetsersgras, Angel’s fishing rod en ook ons eerste Japanse esdoorntje vonden daar een plek in één van de eilanden.

Maar zoals dat gaat: planten houden geen rekening met voorop gezette ideeën over waar ze wel en niet zouden kunnen groeien. Een beetje vocht en wat organisch materiaal en hop… het zaadje ontkiemt, kleine worteltjes worden groter en banen zich een weg rond kiezel en verstrengelen zich met het onderliggende worteldoek. Nu ben ik niet zo strikt dat alles netjes binnen de lijntjes moet groeien, maar als de paardenstaarten, veldzuring en het kweekgras het uiteindelijk gaan overnemen en mijn geliefde andere planten het onderspit moeten delven wordt ik toch iets minder enthousiast. Een kiezelveld met eilanden van planten werd langzamerhand één groot ‘onkruid’ veld.

Kortom, het was hoog tijd om het oorspronkelijke idee van een verharding met eilanden van groen in ere te herstellen. Onkruid werd verwijderd, kiezel werd verzameld en gezeefd, plantjes werden opgegraven en tijdelijk opzij gezet, worteldoek werd weggehaald, hele plakkaten kweekgras werden met vereende krachten van het worteldoek gepeld en grond werd omgespit. Er werd gezweet, gegraven, geharkt, geëgaliseerd, getimmerd en gestort… en nu 140 kruiwagens beton later is dit het resultaat!

Met de tijd zal het beton een prachtige verwering krijgen, met korstmossen zoals ook bij de betonnen bank is gebeurd. De kruipplantjes zullen hun eilanden gaan vullen en waarschijnlijk de naden die nu gevuld zijn met kiezel gaan koloniseren en zo de oversteek maken naar een buureiland (vrijheid moet er zijn tenslotte😊). En eerlijk gezegd ben ik ook best wel trots dat alles volledig gerecycleerd is. De kiezel die eraf kwam is verwerkt in de beton, de plantjes die eruit kwamen hebben hun plek terug gevonden. Laat het voorjaar nu maar beginnen, want ik ben er klaar voor.

Onverwacht cadeau

Onlangs bracht ik weer eens een bezoekje aan de bijzondere boomkwekerij Hortus Conclusus. De aanleiding was het heengaan van onze oude kriekenboom. Ja, je leest het goed. Helaas: de oudste boom in onze tuin heeft het loodje gelegd. Er zaten al jaren flinke zwammen op de stam en ieder jaar was er meer en meer taksterfte. Inmiddels heb ik gelezen dat deze zwammen onherroepelijk leiden tot de dood. Toen ik een maand of wat geleden nog maar eens al het dode hout eruit haalde, was het overduidelijk: dit is einde verhaal. Een eerbetoon aan onze kriek in volle bloei (van enkele jaren geleden) is dus wel op zijn plaats.

In mijn zoektocht naar een waardige vervanger kwam ik uit bij een Koelreuteria paniculata. Deze stond al een tijdje op mijn “hitlijst” (naast natuurlijk een heleboel anderen) maar ik besloot dat ik maar eens voor deze Lampionboom moest gaan. Een eindje verderop in een buurtuin staat een mooi exemplaar, dus het is al jaren dat ik hem in alle seizoenen kan bewonderen. Met de mooi zomerbloei in losse gele pluimen, de opvallende licht zalmkleurig zaaddozen in lampionvorm, die daarna verschijnen en tot slot de fantastische herfstverkleuring in geel oranje, is dit een serieuze “all-rounder”. In navolging van de kriek wilde ik terug graag een laagstam en laat nou net het enige exemplaar dat bij Hortus Conclusus nog stond een laagstam zijn met een prachtige splitsing op zo’n 60 cm hoogte. Soms moet er ook wat geluk in het spel zijn. Over een weekje of wat mag ik hem verwelkomen in mijn tuin. Ik kijk nu al uit naar de eerste knoppen en ontvouwende blaadjes die dan zullen volgen.

Maar voor ik weer blij en voldaan van dit kwekerij bezoek huiswaarts keerde, toonde Jo (de kweker) me nog enkele bijzondere rozerode wilgenkatjes (vermoedelijk een Salix gracilistyla ‘Mount Aso’). Ik kende ze eigenlijk alleen maar in de typische gele of witte kleur; overigens ook erg mooi, maar deze waren toch wel echt heel bijzonder. Ze staken ook prachtig af tegen een donkere achtergrond. Het geluk was ook hier met mij, want er bleek een laaghangende tak geworteld te zijn, die door Jo resoluut werd afgestoken. En zo eindigde dit bezoek met een onverwacht cadeau. Met een wilgenstek onder m’n arm keerde ik blij huiswaarts.

Hitte

De hitte van de afgelopen tijd zorgt voor een droge, dorre boel in de tuin. De moestuin wordt nog met kunst en vliegwerk overeind gehouden, maar elders is het droogte alom. Een tijd lang probeerde ik nog een aantal geliefden overeind te houden door een dagelijkse gietbeurt, maar tegen deze hitte is niet op te gieten. Ik hoop maar dat ze slechts tijdelijk hun hoofd laten hangen en dat ze volgend jaar gewoon weer in volle glorie uitlopen.

Toch heeft de hitte ook enkele voordelen. Te beginnen met de honingboom Sophora ‘japonica’. Vorige jaren liet hij al af en toe zijn bloemen eens zien, maar dit jaar bloeit hij dat het geen naam heeft. Grote trossen vlinderachtige bloemen in crèmewit. Hij is al ruim een maand bezig en het einde lijkt nog niet in zicht.

‘s Middags is het een gegons van jewelste rond de boom, de bijen zijn namelijk verzot op de nectar. Die verspreid dan ook een heerlijk honingachtige geur. En inmiddels heeft zich een heus “bloementapijtje” rond de boom verzameld, alles is bedolven onder een honingkleurige laag van afgevallen bloesem.

De droogte laat ook duidelijk zien welke planten van oorsprong al houden van een droog en warm klimaat. De Stipa tenuissima geeft geen krimp. Doordat ze, samen met de Oregano, zo verspreid staan door de tuin zorgt het er zelfs voor dat het geheel er nog aantrekkelijk uitziet. De foto hieronder is van een aantal weken terug. De oregano is inmiddels uitgebloeid en de sieruien zijn al naar stro verkleurd, maar het vedergras ziet er nog steeds hetzelfde uit.

Een ander trio dat nog steevast overeind staat is venkel, sanguisorba en de al hierboven genoemde sieruien (Allium ‘Summer Drummer’).

De sanguisorba in kwestie is Sanguisorba ‘officinalis’. Alle ander sanguisorba’s in mijn bezit zijn al hopeloos verdord en zelfs in sommige gevallen niet eens tot wasdom gekomen. Merkwaardig toch hoe het zelfs binnen hetzelfde geslacht tot zoveel verschil kan leiden. Venkel gebruikt zijn lange penwortel, om op grotere diepte nog water uit de grond te halen. Vandaar dat de droogte hem niet zo deert. Het fijne vederachtige blad verdampt ook minder water. Dat geld ook zo voor dille dat andere typische schermbloemige kruid dat nog overeind staat. Dat de grote van het blad niet alles vertelt over hittebestendigheid bewijst de vijg.

Onze vijg staat er prachtig bij met sterke nieuwe scheuten en overladen met vruchten. De eerste lading vijgen zijn al geoogst. Normaliter is ons seizoen te kort om de tweede vruchtzetting te laten rijpen, maar wie weet… wil hij dit jaar wel een uitzondering maken.

Het verborgen leven van bomen

boom

Harde wind en een oude boom… ‘t gaat niet altijd goed samen. Enkele weken geleden was ons uitzicht op de wei achter de tuin plots veranderd. Vanochtend was zo’n mooie mistige start, dat het tijd werd voor wat foto’s. En laat nou precies op diezelfde ochtend een pakje in mijn brievenbus belanden: het intrigerende boek “The Hidden life of Trees” van Peter Wohlleben (met dank aan Diantha). Een eerste blik binnenin brengt al meteen een fascinerend verhaal over een oude stronk van een reeds honderden jaren geleden gevelde boom. De stronk blijkt nog steeds in leven te zijn, ondanks dat er geen boom, stam of blad meer te bespeuren valt. Conclusie: de overblijfselen van de stronk krijgen hulp van de omringende bomen en hun wortelgestel.

boom2

Dit geeft meteen al aan dat de helft van het leven zich eigenlijk ondergronds afspeelt. Intussen in onze tuin, bovengronds, lijken de rollen omgedraaid. Afgestorven zaadhoofden, strokleurige wuivende halmen, ritselende centen en stapels afgevallen blad bepalen het beeld.

tuin-nov-2016

phlomisjudaspenning

Er zijn al enkele winterprikjes geweest wat zorgt voor mooie witte vorstrandjes. Het afgevallen blad van de burning bush Euonymus alatus ‘Compactus’ lag nog dagen na te gloeien op de grond. Met al dat bovengrondse vuur vraag je je af wat er ondergronds allemaal gaande is.

burning-bush

En voor de boom in de wei: hopelijk ontvlamd daar binnenkort ook weer een nieuw vuur.