Antenneplanten

Iemand wees mij er eens op, bij het aanzien van mijn tuin, dat ik welhaast liefhebber moest zijn van “antenneplanten”. En ja, hij had nog gelijk ook. Daar heb je dan iemand anders voor nodig om dat bij jezelf te ontdekken.

Iets in de vorm van “een bolletje op een stokje” heeft bij mij inderdaad een stapje voor. Een lange wiebelende stengel met een bolletje, aartje of pluimpje erop heeft meteen mijn aandacht. Zo ben ik bijvoorbeeld verzot op Sanguisorba. Het mooie fijn gekartelde blad vormt al vroeg in het voorjaar een frisgroene pol. En daaruit verschijnen dan de lange sierlijke stengels met aartjes in roze, bordeaux of wit. Alle cultivars zijn fantastisch. Zo is er Sanguisorba menziesii, die bloeit eindeloos lang, en soms twee keer, met dikke bordeauxrode aren.

Sanguisorba obtusa was mijn eerste aanwinst van de soort. Deze bloeit bij mij minder lang, maar de aren zijn oh zo mooi. Ze hangen sierlijk over en hebben lange meeldraden. De kleur is eerst knalroze en verkleurt daarna naar een lichter roze. Dan heb je Sanguisorba tenuifolia ‘Alba’, een statige hoge varieteit van wel 1.80 m hoog. Ook die aren hangen over, maar dan in het wit. Deze blijft ook eindeloos lang nieuwe aren aanvoeren. Sanguisorba officinalis ‘Pink Tanna’ is dan weer een hele vrolijke variant, met een lieflijke uitstraling. Sanguisorba minor vormt de kleinste, minst opvallende aartjes. Hij oogt daardoor wat warriger, maar de frisgroene bladtoef is een aanwinst voor de tuin.

Zo’n andere antenneplant waar ik een zwak voor heb is Allium. De grote bollen van Allium ‘Purple Sensation’ heb ik tussen het zachte wuivende gras van Stipa tenuissima gezet. Ze steken mooi boven het gras uit en het blad van de sieruien, dat al snel afsterft, wordt mooi bedekt door het vedergras. Bieslook (Allium schoenoprasum) staat er in groten getale. Ze zaaien zichzelf uit en van de bieslook kun je heerlijke pesto maken. In de late zomer volgt nog Allium tuberosum met de witte halfronde bloembolletjes.

Ook zo’n topper met fijne bloemetjes op lange stengels is Tellima grandiflora ‘Rubra’. Quasi plantvorm en bloeiwijze heeft het iets weg van Heuchera, maar hij is, onterecht, veel minder te zien in tuinen. Als de bloemstengels zich oprichten wijzen ze, als heuse antennes, allemaal één kant uit. De plant verlangt iets meer schaduw en vormt dan een mooie bladtoef, die ook in de winter deels groen blijft. Dit is echt een plant waar je het hele jaar door plezier van hebt.

In hartje zomer wordt je dan getracteerd op een spectaculair vuurwerk van antennes, hier in geel en blauwpaars. Je ziet de half uitgebloeide trommelstokjes (Allium sphaerocephalon), de staalblauwe kogeldistel (Echinops ritro), de net uitgebloeide etagegewijze bloei van Phlomis russeliana en de vrolijk gele bloemen op lange stengels van Rudbeckia nitida ‘Juligold’. En dat alles tegen een achtergrond van de helblauwe Perovskia atriplicifolia en de roodpaarse bloemetjes van Marjolein (Oregano vulgare). Ja, ik weet het zeker, de antenneplanten kunnen nog lang op mijn enthousiasme blijven rekenen.

8 thoughts on “Antenneplanten

  1. Hoi,

    Mooie foto’s weer. Ik krijg het er helemaal warm van. Buiten is het vies en nat en binnen ook koud (de haard brandt inmiddels op volle kracht). We zijn net terug van de Hotsprings en toen we thuiskwamen zagen we dat het tuinhek achter de border die we deze zomer hebben aangeplant helemaal scheef hangt van de wind.

    Groetjes,
    Diantha

    • Werk aan de winkel dus, komend voorjaar :), met het hek repareren. Gelukkig zal de net aangeplante border zijn werk zelf doen. Meestal het eerstvolgende jaar na de aanplant kun je de border in z’n volle glorie aanschouwen. Iets om naar uit te kijken met die koude en natte dagen.

  2. Hai Kyra
    Over de antenneplanten. Het zet mij aan tot vragen en reflectie.
    Dit type planten hebben “blad” waardoor het een soort bodembedekker is; altijd mooi als je de grond niet ziet. Daarnaast zit de kleur en verrassende vorm in de antennes die een dusdanige open structuur hebben dat ze een doorzicht mogelijk maken naar vele andere planten (antennes) die er omheen staan. Dat maakt het voor mij zo boeiend; denk ik.
    Een vraag is over het proces om het zover te krijgen: Ik las dat je een grote leerloupe gemaakt met een tijdshorizon van een paar jaar. (Van bermbloemen op arme grond tot wat je nu hebt). Ik stel me voor dat je bij het creeren van je huidige situatie ook leerloupes maakt. Kun je iets vertellen hoe die loupes in de praktijk verlopen?
    Deze vraag gaat ervan uit dat er leerloupes zijn. Misschien niet zichtbaar voor jou, of toch wel?
    Die laatste vraag komt bij mij boven n.a.v. je opmerking die je maakte “daar heb je anderen dan weer ….enz)
    Let wel: om die opmerking van die ander uberhaupt te horen, en er iets meer te doen, heb je wel ‘n antenne nodig. Die heb je dus zelf ook!!

    • De open structuur en het doorzicht is inderdaad een mooie eigenschap van de antenneplanten. Overigens hebben niet alle antenneplanten dat bodembedekkende blad, het blad van de sierui (Allium) bijv. wordt al vrij snel lelijk. De kunst is om verschillende groeivormen, die elkaar aanvullen of juist contrasteren met elkaar te combineren. Alleen maar antenneplanten zal niet werken, het is vaak de combinatie van verschillende groei en bloeivormen die het boeiend maakt. Het doorzicht door de sieruien naar een achterliggende plant met volume bijv. maar dan misschien wel met eenzelfde kleurtint, want alleen maar contrasten werkt in mijn ogen ook heel onrustig.
      Het leren bestaat bij mij voornamelijk uit het doen en, vanzelfsprekend, het goed kijken. Maar dat is een heel natuurlijk proces, als je van planten en tuinieren houdt, gaat dat vanzelf. Gaandeweg zie je wat werkt en wat niet werkt. Je eigen smaak moet ook ontwikkelen, je kunt in mijn ogen niet vanaf dag 1 een kant en klare tuin aanleggen. Veel geduld dus en in de tussentijd genieten van alles wat iets moois heeft opgeleverd.

  3. Pingback: Ere wie ere toekomt, de siergrassen « Zomerstraat

  4. Ik had een vraagje over de Allium sphaerocephalon
    Nederlandse naam
    Kogellook, kalklook, trommelstokje
    Ik ben pas met een tuin begonnen en heb nog niet zoveel plantkennis, maar als die bloem is uitgebloeid, moet je hem dan gewoon laten staan of tot de bodem afknippen. Inmiddels staan ze nog steeds als antennes onmhoog, zij het dat ze helemaal bruingeel geworden zijn. En kan ik de bollen dan gewoon in de grond laten zitten? Ik hoop namelijk dat er volgend jaar nog meer omhoog komen, vind het zo’n leuke plant.

    Groetjes Hanneke

    • Dag Hanneke,
      Ik laat de uitgebloeide trommelstokjes altijd staan, ze zijn winterhard en je krijgt zo nog een mooi wintersilhouette kado. Voor bollen geldt in principe dat je ze na de bloei niet moet afknippen, maar vanzelf moet laten afsterven. De bol in de grond neemt na de bloei nog extra voedingstoffen op uit het bladgroen, zodat hij volgend jaar weer goed kan groeien en bloeien. In het voorjaar bij de grote tuinschoonmaak, kun je de stengels zonder te knippen, zo uit de grond trekken. Als je toch al eerder een opgeruimde tuin wil, zou ik zeker niet knippen, maar altijd wachten tot de stengel helemaal is uitgedroogd om hem er dan uit te trekken. Als er namelijk nog een stuk stengel blijft staan op de bol, verzameld zich daar water, dat met de vrieskou niet bevorderlijk is. De bol kan zo ook gaan rotten. Succes en hopenlijk nog meer trommelstokjes volgend jaar.

  5. Pingback: Lang leve de laatbloeiers « Zomerstraat

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.