Daar zijn de Stipa’s weer

Stipa sunflare

Stipa’s en tegenlicht horen bij elkaar als Statler en Waldorf. Het onlosmakelijke duo, dat zoveel beter is als ze samen zijn (en zeg nou zelf: de haardos van Waldorf vertoont op z’n minst gelijkenissen). De Stipa’s zijn momenteel weer volop aanwezig, het tegenlicht gelukkig ook. Stipa tenuissima heeft met z’n wollige voorkomen een enorme impact in de tuin. Het is alsof iemand met een blurre borstel wat lichtvlekken heeft geschilderd tussen de andere planten door.

Stipa's

Zijn wolligheid zorgt er ook voor dat hij goed combineert met bloeiende antennes. De akelei bungelt met z’n klokjes tussen het gras, de prikneus (Lychnis coronaria) matcht zijn wolligheid met het sterk behaarde viltige blad en de kuiflavendel vertoont als je goed kijkt zowaar enige gelijkenissen in de kleur.

Stipa en kuiflavendel

Stipa en LychnisStipa en Akelei

Reus onder het vedergras is de Stipa gigantea. Ik noem hem wel eens grappend het designergras. Hij spuit zijn sierlijke naalden tot 2 m de hoogte in. Van dichtbij bekeken is het wonderlijk mooi wat moeder natuur daar ontworpen heeft.

Stipa en Allium

De reuzenstipa staat bij mij in een verhoogde plantenbak samen met diverse sieruien, hier op de foto de hoge Allium atropurpureum. De verhoogde plantenbak levert wat drogere grond, tezamen met de zonnige plek is dat de ideale standplaats voor het vedergras.

Stipa gigantea

Het Stipa feest is gelukkig nog maar halverwege. Stipa barbata staat al in de startblokken en wordt nog gevolgd door het diamantgras Stipa Calamagrostis. Schoonheid verzekerd.

Tuinuitbreiding

Acer en SporobolusHet gebeurt niet zo vaak: een heel nieuw stukje tuin dat je in één keer kunt aanplanten. Met een vooropgezet plan, een lijstje naar de kwekerij, het uitzetten op de grond en dan plantje voor plantje erin. Heerlijk is dat, ik kan het iedereen aanraden. De afgelopen maanden is er gewerkt aan een nieuwe plantenbak naast het terras. Opeens heb ik er zomaar een kleine 3 m² tuin bij gekregen. Dat klinkt niet veel, maar het heeft een serieuze impact. Het begon met de Japanse Esdoorn (Acer japonicum ‘Aconitifolium’) die al enkele jaren in een houten ton stond en nodig toe was aan wat meer ruimte. De behoefte om de tuin ‘dichter’ bij het huis te brengen, gaf het idee van een verhoogde plantenbak bij het terras. Waar ik in de borders eigenlijk steeds voortborduur op de planten die er in de loop der jaren zijn ingekomen heb ik hier in één keer een heus beplantingsplan gemaakt,… om er vervolgens bij de kwekerij dan toch nog een draai aan te geven. Maar dat is eigenlijk ook niet zo gek als je een bezoek brengt aan de vaste planten kwekerij Jan Spruyt – Van der Jeugd. Met een dergelijk grote en mooie collectie moet je serieus opletten dat je niet met van allerlei extra’s in je karretje naar buiten stapt.

Festuca en HakonechloaHet basisidee voor de bak is een vrij rustige beplanting met voornamelijk siergrassen en natuurlijk een ereplaats voor de Esdoorn, met als toevoeging mijn geliefde ‘antenneplanten’ voor wat extra spanning. Ik wilde dat de plantenbak er niet uit zou zien als een schaalmodel van de tuin, maar meer als een uniforme eenheid, zonder saai te worden. Aangezien ik wel te vinden ben voor de combinatie van grijs en groen heb ik gekozen voor Festuca glauca ‘Elijah Blue’ en Hakonechloa macra als basisgrassen. Bij de kwekerij is daar nog Sporobolus heterolepis aan toegevoegd. Quasi kleur voegt die zich bij de Hakonechloa, maar de rode stengels van de bloeihalmen leggen een fijne link naar de jonge takken van de Esdoorn. Tegenover de Acer is er één Stipa gigantea geplant, deze graspol wordt ongeveer even hoog als de Hakonechloa maar in bloei zal hij een flinke wolk van sierlijke naalden de hoogte in spuien en vormt hij zo een accent. De Stipa stond al elders in de tuin, waar hij het afgelopen jaar niet zo goed deed, dus bij deze is hij verhuist naar de bak.

Plantenbak kop

Voor de antenneplanten ben ik uitgekomen op,… je raadt het al: de sieruien. Ik heb wel een aantal nieuwe soorten uitgezocht zoals Allium atropurpureum, die donkerpaars kleurt en niet echt bollen vormt maar meer afgeplatte schermen. Verder nog de Allium ‘Summer Drummer’ met zeer dicht opeengepakte bloemetjes en een relatief late bloei en de lage Allium roseum. De antennes in het najaar zijn dan Verbena bonariensis en nog een favoriet: Sanguisorba officinalis, met de bijna zwarte aartjes. Deze laatste heb ik gezaaid in potjes van een exemplaar uit eigen tuin. Ben benieuwd of dat iets oplevert. Zijn plekje in de bak staat in ieder geval al gereserveerd.

Zo met het late avondzonnetje erop is het nu al genieten van dit nieuwe stukje tuin.Plantenbak

De juiste plant op de juiste plaats

Papaver nudicaule

Het is zo’n beetje het meest moeilijke en tegelijk meest intrigerende onderdeel van het tuinieren. Vindt de juiste plek voor de juiste plant. Soms voelt het echt als een ruimtelijke puzzel. Er moet gelet worden op de juiste grond, de juiste standplaats, lichtbehoefte, vorm en hoogte, bloeitijd en een mooie combinatie met buurplanten.

rond de stapsteen

Veronica longifolia 'Pink Damask'

Tropaeolum majus en Calendula officinalis

Anthemis tinctoria

 

 

 

 

 

Vaak, bij mij althans toch, is dat laatste het startschot, waarbij ik mij dan meermaals in gedachten in allerlei bochten wring, om toch bij die zonnige plek redelijk wat schaduw te denken, of die natte grond valt toch eigenlijk reuze mee, die buurplant wordt toch niet zo heel erg groot, … en meer van dat soort gedachtenkronkels. Het lijkt ook wel of ik steevast combinaties bedenk met planten die eigenlijk, volgens de regels van het tuinieren, niet zo direct bij elkaar horen. De IJslandse Papaver (Papaver nudicaule) dacht ik aanvankelijk in de schaduw tussen de varens te zetten. Een heel zakje zaad heb ik eraan opgespendeerd, zonder ook maar één IJslandse papaver te zien opkomen. Bij mijn laatste kwekerijbezoek, stond ik plots oog in oog met de mooie gele bloemen. Ik heb mijn geluk dan toch nog maar eens beproefd en er nu twee in de zon gezet.

Echinacea pallidaScutellaria altissimaScutellaria altissima 2Ook de donkerbladige Zilverkaars Cimicifuga ramosa ‘Atropurpurea’ leek mij prachtig te staan bij Molinia, Stipa en Echinacea. Ik had nochthans beter kunnen weten, want jaren eerder al had ik een groenbladige Zilverkaars van de nipte dood gered door hem naar een schaduwplek te verhuizen, waar hij nu overigens nog welig tiert. De donkerbladige Zilverkaars houdt ik momenteel met kunst en vliegwerk overeind, maar het blijft een triestige bedoening. Hij komt niet eens boven de Stipa en Echinacea uit, dus veel plezier van die zogedacht mooie combinatie heb ik er niet van.

Lychnis coronaria 'Alba'Allium giganteum en Tanacetum partheniumSilene vulgarisNu pas heb ik nog zo’n krachttoer uitgehaald, door een Deschampsia en Lychnis coronaria ‘Alba’  samen op een redelijk droge plek te zetten waar ook een deel van de dag schaduw valt. Het valt nog te bezien hoe die twee zich standhouden.

Maar eigenlijk moet ik bekennen dat die ‘allround’ juiste plek toch van wezenlijk belang is en uiteindelijk ook heel wat meer plezier oplevert. Soms zit het verschil zelfs in een klein hoekje. Zo kan het simpelweg omwisselen van planten of het gebruik maken van een natuurlijke glooiing in de border al zorgen dat een plant natter of droger, zonniger of minder zonnig staat. Zo staat Kniphofia ‘Green Jade’ nu op een lichte verhoging met lagere buurplanten, aan de schaduwzijde geflankeerd door Roomse Kervel (Myrrhis odorata) waarachter in een licht beschaduwd dalletje Trollius ‘Lemon Queen’ naast Carex elata ‘Aurea’. Ik ben benieuwd of dit zijn vruchten af gaat werpen.

Aquilegia en Stipa tenuissimaSommige planten maken het je gemakkelijk door zelf aan te geven waar ze graag willen staan. Stipa tenuissima zaait zich steevast uit in een zonnig gelegen verhoogde plantenbak. Dat laat weinig te raden over, omtrent de wensen van dit siergras. Van zijn grotere broer Stipa barbata had ik drie exemplaren gekocht en op drie verschillende plekken in de border gezet. Het eerste jaar was eentje verdwenen, de tweede leek niet echt veel te groeien en de derde stond in bloei. Ondanks de mooie combinatie die ik met nr. 2  voor ogen had heb ik hem toch maar bij de andere gezet. En nu wuiven beiden hun halmen in de wind.

De beste boodschap is toch, probeer niet koste wat kost iets overeind te houden als de plant aangeeft dat hij het niet naar zijn zin heeft. De grond kun je niet veranderen, wel de juiste plant op de juiste plaats. Oftewel die Zilverkaars gaat verhuizen.

Stipa barbata

 

Diamanten en kristallen

Vanochtend was het een en al getik en gedrup in de tuin. Het regende onder de berk en dat tesamen met het getwierelier van de vogels bracht het geluid van de lente. En dat terwijl de temperaturen nog niet eens zo gek veel hoger liggen, maar een zonnetje en een blauwe lucht met vliegtuigen die strepen trekken doet wonderen. Tijd voor een rondje langs diamanten en kristallen.

macleaya en rudbeckia

Molinia

Pennisetum

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SanguisorbaCalamagrostis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Agastachechasmanthium

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pennisetum en chasmanthium

Venkel en Stipa

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Expansiedrift en overlevingsdrang

De expansiedrift van sommige planten is werkelijk fenomenaal. Op zich is daar niks mis mee natuurlijk. Het betekent dat ze het naar hun zin hebben en dat laten blijken door hun wortels c.q. zaden de vrije loop te laten gaan. Sommigen vallen dan ook onder het kopje “gewenst” of “welkom”, zoals daar zijn de bieslook of de akeleien. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Die lading bieslook wordt verwerkt tot heerlijke pesto en de akeleien…. ja…. die zijn gewoon mooi. Maar als die ongebreideld uitdijende planten ook andere “graag geziene gasten” onder de voet beginnen lopen dan ben ik al iets minder enthousiast. Als ze dan ook nog vallen onder het kopje “moeilijk eruit te krijgen” dan zakt de moed mij af en toe in de schoenen. Zoals het geval bij de aanblik van dit plakaat Melica ciliata verstrengeld met de, nog moeilijker eruit te krijgen, Oregano vulgare. De twee zijn al eens de revue gepasseerd hier als dat duo dat oh zo mooi is, maar oh zo ontembaar. Wat doe je eraan als je ze wilt hebben, maar alleen niet zoveel? Vandaag ben ik het plakaat maar eens te lijf gegaan. Met de spitvork en vereende krachten werd stuk voor stuk gelift. Tegelijkertijd brak ik m’n hoofd erover, wat er op die plek allemaal aan andere planten stond. Dit hele stuk was toch niet leeg? Een blik in m’n fotoarchief bracht ook niet veel soelaas. Behalve een polletje Aruncus aethusifolius en Koeleria glauca heb ik niets anders kunnen ontdekken in de wirwar aan gras. Nou, dat is misschien ook wel mooi meegenomen. Dan levert deze schoonmaakactie meteen weer een plekje op om iets nieuws te zetten.

Van een andere ontdekking werd ik dan wel weer blij. Eerder vertelde ik al eens over de Anemonopsis macrophyla (schijnanemoon). Wegens gebrek aan ruimte belandde hij in een pot en hetzelfde gebrek aan ruimte deed hem de das om. Althans dat dacht ik, tot ik nu midden in die overvolle pot een stevige stengel zag die zijn blaadjes probeerde uit te vouwen. Als een soort grijpertjes wezen ze omhoog, “haal mij hieruit”. Dat heb ik dan ook meteen gedaan. Zo’n overlevingsdrang verdient een plekje in een eigen pot en hopenlijk kan ik dan ook eindelijk dit jaar zijn bloemen verwelkomen.

Herfstlicht


De herfst is overduidelijk aangebroken. Je ziet het aan de kleuren en het licht. Een lage zon, lange schaduwen en diepe kleuren sieren de tuin. Veel is uitgebloeid maar daardoor niet minder mooi. De strokleurige fijne halmen van Molinia caerulea ‘Heidebraut steken scherp af tegen de blauwe lucht. De bladeren van de wingerd (Parthenocissus tricuspidata ‘Veitchii) zijn juist nu op hun mooist. De bladstelen kleuren welhaast fluorroze.

In de reeks Stipa’s sluit Stipa calamagrostis (ook wel Achnatherum calamagrostis) de rij af met zijn sprankelende halmen die als een waterval omlaag tuimelen. Hij heeft lang op zich laten wachten. Een maand of wat geleden liet hij al een voorzichtige pluim zien, maar nu in volle glorie te bewonderen. Het late avondzonnetje doet het ook goed op Verbena bonariensis. Deze bloeit al sinds ik hem gekocht heb in juli. Het is echt een plant waar je veel plezier van hebt. De stevige stengels blijven prima overeind staan. Hij staat mooi tussen de grassen en werkt als een echte weefplant.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ook één van de laatst bloeiende planten is Gaura lindheimeri ‘Whirling butterflies’. Zijn naam en uiterlijk doet eerder denken aan een zomerbloeier, maar deze vaste plant weet van geen ophouden. Het enige wat hem doet stoppen is de vorst. Wat mij betreft mag die dus nog wel even achterwege blijven.

Nazomeren

Na de regen en bewolking van afgelopen periode was het vandaag een heuse nazomerdag. Flinke zon en een stevige wind voerden de boventoon. Ik ben er dan ook maar direct ingevlogen, in de tuin welteverstaan, om dan eindelijk eens dat gras te knippen, het onkruid te trekken en tussendoor ook even te genieten van de aanblik van de tuin. De mooie dag die op komst was kondigde zich gisteren al aan met een late zon die door de wolken brak op een vers beregende tuin.

Druppels en zon staan steevast garant voor mooie beelden, zoals hier bij de fijne bloeiaren van Molinia caerulea ‘Heidebraut’. Dit is een aanwinst van vorig jaar, die dit jaar voor het eerst bloeit. Ook van dit gras heb ik me voorgenomen om een grotere groep te maken (lees hier meer over het aanplanten in grotere groepen). De fijne transparante bloeiaren komen dan nog meer tot hun recht. Zeker met zo’n drift van Echinacea’s erdoorheen lijkt het me een fantastische combinatie. Vreemd genoeg heb ik van deze Molinia 2 exemplaren gekocht, i.p.v. de gebruikelijke éénling in mijn geval. Een vreemde actie, ze staan daar nu met z’n tweeën pontificaal naast elkaar, met 1 Echinacea ernaast. Wordt vervolgd zullen we maar zeggen.Wel in grotere groep staat Anemone ‘Honorine Jobert’. Deze Anemone is al een ouwe trouwe gast in de tuin, als éénling gekocht en zelf gescheurd tot inmiddels al een flink aantal. Ook de nog ongeopende bloemen in knop zijn mooi om te zien. Ze ontspruiten in trosjes aan het einde van de lange stengels. De knikkende bloemhoofdjes hebben iets sierlijks en combineren mooi met de ranke bloemaren van Persicaria amplexicaulis ‘Alba’.

Dat een zonnetje erop wonderen doet, toont ook het lampenpoetsersgras Pennisetum alopecuroides. De jonge uitloop heeft nog een roze-rode gloed. Fijn, van die planten die er in september nog eens goed aan gaan beginnen. Dat nazomergevoel mag nog wel even blijven hangen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wolken, pluimen en naalden

Ik had het beloofd, zodra de Stipa gigantea in bloei staat zou ik een nieuwe topic wijden aan de siergrassen. En… wat is hij mooi! Vorig jaar geplant en dit jaar voor het eerst in bloei. De halmen zijn van een ongelofelijke sierlijkheid en lijken net dunne naalden. Je moet wel geduld hebben om ze te fotograferen, want bij ieder zuchtje wind dansen de naalden op en neer. Maar als ze dan stil hangen en met het zonnetje erachter heb je gegarandeerd succes. Dit gras heeft volle zon nodig en droge voeten, zoals alle Stipa soorten het graag hebben.

Ook de eerste Stipa tenuissima begint al te bloeien. Hoewel deze een heel ander voorkomen heeft herken je toch wel de verwantschap. De sierlijkheid hebben ze in ieder geval gemeen. Ook deze bloeiaren zijn ragfijn, maar dan zo dicht op elkaar dat ze meer een zacht wuivende wolk vormen. Hij zaait zich hier goed uit. Gelukkig ook maar, want veelal krijg ik ze niet heelhuids door de natte winters heen. Voor de bloei van Stipa calamagrostis (of ook wel Achnatherum calamagrostis) moet ik nog even geduld hebben.

Koeleria glauca is wel al van de partij. Zijn stevige creme-witte pluimen steken mooi af tegen het blauwgrijze gras. Later kleuren de halmen meer naar een zandkleur. Ook deze zaaien zich goed uit en af en toe probeer ik de hoofdpol te

verjongen om de vorm er wat in te houden. Nog een trouwe grijzaard, die hier al een aantal keren de revue is gepasseerd is Helictotrichon sempervirens. Hij draagt zijn pluimen als een fontein hoog boven de grijze pol.

Tot slot nog een fijn grasje: Deschampsia flexuosa ‘Tatra Gold’. Toen ik er enkele jaren geleden naar vroeg bij de kweker, haalde hij nog een laatste exemplaar tevoorschijn, met de opmerking dat hij ze eigenlijk niet meer verkocht, omdat hij ze maar moeilijk de winter door kon krijgen. Ik heb hem toen meegenomen en sindsdien staat hij rotsvast bij mij in de tuin. Ik heb hem al vermeerderd tot 3 exemplaren. Het gras is welhaast fluor geelgroen en als hij bloeit zweeft er een wolk van fijne aartjes boven de pol. Een heel mooi grasje, waar je lang plezier van hebt. Ik denk dat ik ook maar eens naar andere Deschampsia soorten ga uitkijken, want dit smaakt naar meer. Overigens het grassenfeest is nog maar begonnen, er staat nog heel wat in aantocht, dus ik zou zeggen: wordt vervolgd…