Echt tuinieren

Vandaag voelde ik weer voor het eerst sinds lang het “echte tuinieren”. Het wat rondstruinen door de tuin, kijken naar wat groeit en bloeit, hier en daar wat onkruid weghalen, een dooie tak of zaaddoos afknippen en nadenken over waar je die nieuwe plant gaat zetten. Dat alles met een emmer en snoeischaartje in de hand i.p.v. een spitvork en kruiwagen. De laatste tijd was het tuinieren iets te veel “puin ruimen” met als gevolg dat je alles mist. Opeens merk je dat de lavendel bijna uitgebloeid is, terwijl je hem niet eens hebt zien bloeien, die lange uitlopers van de Amorpha fruticosa die je had willen vastbinden al afgeknakt zijn door de wind, de planten in pot die in mei nog op hun overwinteringsplaats staan, de moestuin bakken die leeg bleven en de, wegens tijdgebrek, haastig geplante nieuwe aanwinsten door de droogte al het loodje hebben gelegd.

Het tuinieren was puin ruimen. Onkruid dat tot aan je knieën reikt, de grens van de border en paden die niet meer zichtbaar is, de composthoop die uit zijn voegen barst en niet weten waar te beginnen als je ‘s ochtends aan een nieuwe “dag in de tuin” begint.

Maar vandaag tussen de lavendel was het echte tuinieren er weer. Het overviel me onverwacht, een onkruidje trekken, een takje knippen, opkijken naar een hommel en een vlinder en zien dat het goed is.