Monthly Archive for August, 2011

1,3,5 of 7

In beplantingsland gelden de regels van de oneven getallen. Je kent het wel, bij de plantinfo staat het vaak al aangeduid: 7/m2 of soms zelfs het magische getal van 9 of zelfs 11/m2. In mijn tuin zou dat getal echter eerder kunnen staan voor de soortenrijkdom/m2. Toegegeven, ik ben meer iemand voor het getal 1. Behalve dat dit ook een oneven getal is, laat ik hiermee verder de regels van de kunst links liggen. Niet uit heel principiële overwegingen, maar meer omdat ik (al sinds ik met tuinieren begon) liever 5 verschillende planten koop dan 5 dezelfde. Vaak heb ik dan wel nog het nobele idee om ze gaandeweg zelf te vermeerderen, middels zaaien, stekken of scheuren. En dat gebeurt ook wel, maar die krijgen dan ook steevast een plek een eindje verderop in de tuin, omdat de directe omgeving natuurlijk al lang is ingenomen door allerlei andere planten. Laatst heb ik in een opwelling welhaast 3 stuks Stipa barbata aangeschaft, maar laat ik die nu ook gewoon verspreid in de tuin hebben geplant. Vreemd, maar het zit blijkbaar in het bloed om te spreiden i.p.v. groeperen.

Ondanks dat veel planten zich dus herhalen oogt m’n tuin meer als een verzameling van éénlingen dan als een combinatie van grotere plantgroepen. Dat het overigens om oneven aantallen gaat in de wereld van het planten, heeft te maken met het geschrankt planten: als de pollen uitgroeien vullen ze op die manier de tussenruimte mooi op tot een gesloten geheel.

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik de laatste tijd meer en meer enthousiast wordt van het grote gebaar. Fantastisch zo’n grote wuivende wolk van grassen met een vlaag van Echinacea’s erdoorheen. Deze foto is gemaakt in de plantentuin in Antwerpen, waar vorig jaar een prairietuin is aangelegd door Jan Spruyt – Van der Jeugd . In mijn tuin zijn dat soort mooie combinaties alleen op microniveau te aanschouwen. Meer recent las ik op wroeten.nl twee inspirerende stukjes: één over Prairieplanten en één over Echinacea’s waardoor ik nu helemaal overstag dreig te gaan voor het aanplanten in grotere groep. Blijkt namelijk dat het aanplanten in groep niet alleen maar visuele aspecten heeft, maar bijv. bij een plant als de Echinacea wel degelijk tot gevolg heeft dat de plant zich beter kan ontwikkelen. Echinacea kan niet zo goed tegen concurrentie van buurplanten. Het helpt dan als je hem in wat grotere groepen plant, zo krijgt hij eerst tijd om zich te settelen, alvorens iets te opdringerige buren het stokje voortijdig weer over nemen. Daarnaast verlangt hij wat extra zorg middels een goed doorlatende en humusrijke vochthoudende grond. Wat extra mest is ook geen overbodige luxe.

Met de Echinacea’s in mijn tuin wil het inderdaad maar niet vlotten. Ik ben hem al eens kwijtgeraakt en na nieuwe aanschaf had ik vorig jaar nog 3 bloemknoppen (zowel bij de roze als de witte Echinacea purpurea) en dit jaar staat er nog maar 1 (ook dat werkt blijkbaar met oneven getallen). Daar zal ik dus nodig eens iets aan moeten doen. Vraag is alleen: hoe ik nu in mijn zee van éénlingen nog ruimte vrijmaak voor die magische groepen van 9?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloempotkapsel, punkie en afro

 

 

 

 

 

Mag ik even voorstellen: van links naar rechts zien we bloempotkapsel, punkie en afro. Dat behoeft denk ik geen verdere uitleg, toch? Dat krijg je ervan, door drukte met werk ben ik de afgelopen weken zo goed als niet in de tuin terecht gekomen. En als je er dan toch vluchtig passeert, op weg naar de afvalbak of brievenbus vallen je de meest vreemde dingen op.

Dat kapsel van de Reuzekorenbloem (Centaurea macrocephala) is werkelijk hilarisch en de Sanguisorba obtusa doet me denken aan een of andere leadzanger uit een punkband. Een zoektocht in mijn oudere foto’s levert nog meer rariteiten op, zoals de ‘Allium-afro’ en het kanten haarnetje van Ammi visnaga.

 

 

 

 

 

De uitgebloeide paasbloem is een eerstklas punkertje en ja,… bij de Rudbeckia maxima, kan ik niet anders dan te denken aan Marge Simpson. Volgens mij wordt het tijd dat ik weer eens in de tuin kan klussen, dit begint aardig te lijken op ontwenningsverschijnselen.