Monthly Archive for May, 2011

Wolken, pluimen en naalden

Ik had het beloofd, zodra de Stipa gigantea in bloei staat zou ik een nieuwe topic wijden aan de siergrassen. En… wat is hij mooi! Vorig jaar geplant en dit jaar voor het eerst in bloei. De halmen zijn van een ongelofelijke sierlijkheid en lijken net dunne naalden. Je moet wel geduld hebben om ze te fotograferen, want bij ieder zuchtje wind dansen de naalden op en neer. Maar als ze dan stil hangen en met het zonnetje erachter heb je gegarandeerd succes. Dit gras heeft volle zon nodig en droge voeten, zoals alle Stipa soorten het graag hebben.

Ook de eerste Stipa tenuissima begint al te bloeien. Hoewel deze een heel ander voorkomen heeft herken je toch wel de verwantschap. De sierlijkheid hebben ze in ieder geval gemeen. Ook deze bloeiaren zijn ragfijn, maar dan zo dicht op elkaar dat ze meer een zacht wuivende wolk vormen. Hij zaait zich hier goed uit. Gelukkig ook maar, want veelal krijg ik ze niet heelhuids door de natte winters heen. Voor de bloei van Stipa calamagrostis (of ook wel Achnatherum calamagrostis) moet ik nog even geduld hebben.

Koeleria glauca is wel al van de partij. Zijn stevige creme-witte pluimen steken mooi af tegen het blauwgrijze gras. Later kleuren de halmen meer naar een zandkleur. Ook deze zaaien zich goed uit en af en toe probeer ik de hoofdpol te

verjongen om de vorm er wat in te houden. Nog een trouwe grijzaard, die hier al een aantal keren de revue is gepasseerd is Helictotrichon sempervirens. Hij draagt zijn pluimen als een fontein hoog boven de grijze pol.

Tot slot nog een fijn grasje: Deschampsia flexuosa ‘Tatra Gold’. Toen ik er enkele jaren geleden naar vroeg bij de kweker, haalde hij nog een laatste exemplaar tevoorschijn, met de opmerking dat hij ze eigenlijk niet meer verkocht, omdat hij ze maar moeilijk de winter door kon krijgen. Ik heb hem toen meegenomen en sindsdien staat hij rotsvast bij mij in de tuin. Ik heb hem al vermeerderd tot 3 exemplaren. Het gras is welhaast fluor geelgroen en als hij bloeit zweeft er een wolk van fijne aartjes boven de pol. Een heel mooi grasje, waar je lang plezier van hebt. Ik denk dat ik ook maar eens naar andere Deschampsia soorten ga uitkijken, want dit smaakt naar meer. Overigens het grassenfeest is nog maar begonnen, er staat nog heel wat in aantocht, dus ik zou zeggen: wordt vervolgd…

Het goud in de tuin

Het is zeer geliefd en je hebt er altijd te weinig van,… dan heb ik het over Tijm. Tijm is echt mijn lievelingskruid. Bij het zien van de foto alleen al, komt de geur je tegemoet. Behalve de grootse geur is alles klein aan dit struikje. Kleine blaadjes en kleine bloemetjes aan kleine bolle struikjes. Mijn eerste tijmstekje kreeg ik zo’n 12 jaar geleden. Ik weet niet om welke variëteit het gaat, maar hij vormt inmiddels met zijn 25 cm hoogte de grootste tijmheuvel in m’n bezit (en nog steeds de beste geur). Hij heeft zich al veelvuldig uitgezaaid, maar toch is er altijd te weinig.

Het kruid laat zich moeilijk vangen. In het vroege voorjaar zijn de takjes sterk verhout, je kunt ze dan wel knippen, maar je zal de blaadjes dan best van de takken ritsen voor gebruik. Eens dat de nieuwe scheuten goed beginnen te groeien en je met je schaar in de aantocht staat om volop te gaan knippen, komen de bloemknoppen op. Weer een dilemma, die witroze bollen zijn namelijk ook erg fijn om te hebben en daarna wordt het zaad gevormd. Oke, maar even wachten dan tot na de bloei, en in de tussentijd minutieus de niet bloeiende takjes voor keukengebruik knippen. Na de bloei is het zaak om de uitgebloeide bloemhoofdjes eruit te knippen (en rond te strooien voor het zaad) met zo weinig mogelijk verlies van de kostbare blaadjes (want dat is zonde) en dan weer wachten totdat de nieuwe scheuten beginnen te groeien. Ik ben dan ook nog zo’n freak die bij het oogsten en snijden alles afspeurt of er niet ergens een blaadje verloren gaat.

Inmiddels zijn er nog een aantal ander tijm-variëteiten bijgekomen, zoals o.a. Thymus vulgaris ‘Chateau Queribus’, die neigt naar wat meer citroengeur, alsook Thymus pulegioides ‘Tabor’. De blaadjes van deze laatste zijn een stuk groter dan gewoonlijk bij de Tijm en hij heeft een meer kruipende groeiwijze. Nog zo’n kruiptijm is Thymus ‘Purple Beauty’ met prachtig donkerpaarse bloemen. De kruiptijm is dan weliswaar minder geschikt om van te oogsten, maar zo’n bloeiend tapijt is fantastisch om te zien. Ook Thymus serpyllum vormt al een flinke plateau. In juni heb je een dicht tapijt van lichtpaarse bloemen waar ook de bijen dol op zijn.

Ik denk dat ik dit jaar nog maar eens wat tijm ga toevoegen aan de rij. Voorlopig kan ik mij nog laven aan een tijmbol die nog niet in bloei staat, maar al wel flinke scheuten heeft gevormd. Eens kijken wat ik daar morgen mee ga klaarmaken.